Corporate Governance
Het huidige klimaat dwingt
beursgenoteerde ondernemingen aan te tonen dat zij hun
ondernemingsbestuur, ook wel corporate governance, beheersen en op orde
hebben. Boekhoudschandalen als die van Enron, Worldcom en later Ahold
hebben in binnen en buitenland tot wet- en regelgeving geleid, die van
overheidswege eisen stelt aan de manier waarop daarover gerapporteerd
dient te worden.
De meest vergaande regelgeving komt uit
de Verenigde Staten, waar in 2002 de Sarbanes-Oxley wet van kracht is
geworden. Binnen de Europese Unie heeft de Commissie in mei 2003 een
Actieplan inzake Corporate Governance meegedeeld, waarin staat dat
iedere EU-lidstaat een referentiecode moet uitwerken waaraan de
ondernemingen zich moeten houden. In Nederland (Code voor Corporate
Governance van de commissie Tabaksblat), maar ook bijvoorbeeld in
Duitsland (KonTRaG)en in Groot Brittannië (Guidance for Directors on
the Combined Code, UK 1999 (Turnbull-rapport)) is soortgelijke
regelgeving van kracht geworden.
De Nederlandse corporate governance
code is een gedragscode voor beursgenoteerde bedrijven met als doel
verbeterde transparantie in de jaarrekening, betere verantwoording van
de Raad van Commissarissen en een versterking van de zeggenschap en
bescherming van aandeelhouders. Met andere woorden: er worden onder
meer eisen gesteld aan de beheersing van de bedrijfsprocessen waardoor
de betrouwbaarheid van de financiële verantwoording gewaarborgd wordt.
De ondernemingsleiding moet aantonen dat zij de bedrijfsprocessen
beheerst. In toenemende mate zien we dat deze discussie over corporate
goverance wordt doorgetrokken naar niet-beursgenoteerde vennootschappen
en non-profit-organisaties.
Naast deze wet- en regelgeving die voor
alle organisaties van toepassing is, bestaat er ook branche-specifieke
wet- en regelgeving. De branche waarop dit vooral van toepassing is,
betreft financiële instellingen. Voor financiële instellingen (banken)
geldt dat zij per 1 januari 2007 moeten voldoen aan het Basel II
kapitaal akkoord.